Startpagina nl20a  en20a  d20a  f20a  eo20a

Mensachtige wezens zijn er sinds ongeveer 6 miljoen jaar. Volgens wetenschappers ligt de oorsprong van deze mensachtigen [Hominidae] in centraal Afrika, van waaruit de mens zich later heeft verspreid over de hele aarde.

De eerste 5,9 miljoen jaar uit de geschiedenis van de mensheid verstreken zonder dat men kleding kende. De mensachtigen en vroege mensen waren simpelweg naakt en zij ervoeren noch de noodzaak noch de behoefte om het lichaam te bedekken met overbodige en hinderlijke ballast.

Een chimpansee gebruikt een stok als gereedschap. Het verschil tussen deze mensachtigen en vroege mensen enerzijds en hun naaste verwanten, de primaten, bestond slechts hierin, dat de mensen steeds meer in staat waren om voorwerpen als gereedschap te gebruiken en – zo'n twee miljoen jaar later – deze gereedschappen te bewerken en nog later zelf te produceren.

Maar hoe kwam nu de kleding in de wereld? Hiervoor zijn ten minste vijf hypotheses te geven, die allemaal even plausibel zijn en waarschijnlijk alle een gelijke rol hebben gespeeld.

Ook chimpansees hebben in de loop van hun ontwikkeling geleerd, gereedschappen te gebruiken (zoals hier een stok waarmee ze honing uit een holle boom halen. De chimpansee leeft in het wild in de jungle in Afrika en zijn talent heeft hij niet van de mens overgenomen, maar uit zijn eigen sociale omgeving (roedel).
Bij een andere groep chimpansees, die meer dan 150 km verderop leefde, werd echter geconstateerd dat hier een lang blad in plaats van een stok werd gebruikt. Ook bij chimpansees hangt wat hij leert dus van de respectievelijke cultuur van het roedel af.

  • De ontwikkeling van sieraden, die steeds uitbundiger werden en mede daardoor ook steeds grotere delen van het lichaam bedekten, zodat ze zich tot kledingstukken ontwikkelden. Sieraden en later kleding werden een statussymbool van de elite.
  • Het ontstaan van schaamte. Seksuele activiteiten werden niet meer voor het oog van anderen verricht, doch afgezonderd. Dit leidde vervolgens tot een zekere preutsheid, waardoor men zijn of haar geslachtsdelen ging bedekken.
  • Het ontstaan van een soortgelijke schaamte of preutsheid waar het de ontlasting betrof, die vervolgens leidde tot het bedekken van de betreffende lichaamsdelen.
  • Het gebruik van draagriemen en -doeken, holsters en kokers, gordels en andere hulpmiddelen tot aan de latere broekzakken toe, om noodzakelijke of onmisbare gereedschappen en dergelijke altijd bij zich te kunnen hebben.
  • Bescherming tegen de kou, nadat mensen zich in koelere gebieden hadden gevestigd, waar (bijvoorbeeld tijdens de ijstijden) leven zonder kleding onmogelijk was.