Startpagina nl20a  en20a  d20a  f20a  eo20a

Artikel 118 in de OWiG

Het 'Ordnungswidrigkeitengesetz' (OWiG) omvat in artikel 118 een weinig nauwkeurige formulering die voor heel wat interpretaties vatbaar is:

In overtreding is hij die ongewenst gedrag vertoont dat geschikt is om voor het publiek overlast of gevaar op te leveren en de openbare orde te schaden.

Bij de inleidende beschouwingen over het bloot-zijn en het recht hebben we al geconstateerd dat naakt zijn op zichzelf, tegen het licht van de principes van de katholieke sociale ethiek, geen ongepast gedrag kan zijn; volgens deze principes is naakt-zijn zelfs niet eens onfatsoenlijk.

Omdat aan alle drie voorwaarden voor een overtreding voldaan moet zijn en al van de eerste voorwaarde geen sprake is, hoeft er dus niet meer te worden getoetst of aan de beide andere voorwaarden is voldaan. Desondanks willen we ook naar deze voorwaarden kijken.