Startpagina nl20a  en20a  d20a  f20a  eo20a

Tot de regulerende wetgeving behoren alle wettelijke bepalingen waarmee gevaren en nadelen voor de openbare veiligheid en orde geweerd moeten worden. Deze regulerende wetten kunnen in algemene en bijzondere wetten worden onderverdeeld.

De algemene regulerende wetgeving heeft betrekking op het 'Polizeirecht', dus op de problematiek van het Gefahrenabwehr, dus van de gevaren voor de openbare veiligheid en orde:

  • Onder de openbare veiligheid worden zowel de bescherming van de staat en zijn instanties en instituten als de bescherming van het individu (dus van de rechtsgoederen van de individuele burger) en daarmee de bescherming van de complete geschreven rechtsorde verstaan.
  • Onder openbare orde wordt echter ieder gedrag verstaan waarop weliswaar geen rechtsnormen van toepassing zijn, maar die desondanks onontbeerlijk zijn waar het erom gaat, de mensen vruchtbaar en voorspoedig te laten samenleven.
  • Een gevaar is een door een willekeurige oorzaak ontstane ongewone toestand waarin het onder concrete omstandigheden waarschijnlijk is dat er een schade ontstaat. 

Het zgn. 'Sonderordnungsrecht' (bijzondere regulerende recht) omvat een groot aantal wetten die ofwel als bijzondere afweer van gevaren dienen of voor speciale gebieden reglementen van de inwendige orde bevatten. Tot het bijzondere regulerende recht behorern dan ook onder meer:

  • ambachtswetgeving
  • bouwrecht
  • brandbeschermingsrecht en de wetgeving inzake civile bescherming
  • horecawetgeving en handelsrecht
  • persrecht
  • vergaderrecht[als lex specialis bij het algemene politierecht]
  • visserijrecht en boswetgeving
  • vreemdelingenrecht
  • wetgeving inzake afval
  • wetgeving inzake emissiebeheersing

Bron: juraforum.de

 

 

De regulerende wet is grotendeels een zaak van de deelstaten. Bovendien leggen ook de districten en gemeenten hun regulerende wetgeving in zgn. 'Satzungen' (vergelijkbaar met de Nederlandse APV's) vast, zoals de concrete bepalingen van het recht inzake de openbare orde in plaatselijke 'Satzungen'. Om te voorkomen dat de plaatselijke 'Satzungen' in een deelstaat totaal van elkaar afwijken, vaardigen sommige deelstaatregeringen (bijv. Nedersaksen) adviezen uit voor de gemeenten, waarin modellen voor de desbetreffende 'Satzungen' zijn vervat. Deze adviezen zijn voor de gemeenten echter niet bindend.

 

Hoewel de regulerende wetgevingen in Duitsland dus door de deelstaten en de gemeenten worden beheerst, is er toch ook een voor heel Duitsland geldende wet die bepaalde overtredingen van die regulerende wetten categoriseert en voorziet van een maat voor de geldboetes (die dus geen straf vormen): het 'Ordnungswidrigkeitengesetz' oftewel 'OWiG' (Wet administratieve overtredingen).

 

Voor ons eigen thema, de regels die betrekking hebben op naakte activiteiten in het openbaar (naaktwandelen, naaktsport etc.), zijn van belang:

In alle andere bepalingen en regelingen van de regulerende wetgeving komen de desbetreffende feiten niet ter sprake.